Zoeken in deze site

Inhoudsopgave


Geotechnische boringen en boormonstername voor grondeigenschappen

Boringen worden veelal gebruikt voor het classificeren van verschillende grondlagen en -soorten (zie artikel Geotechnische boringen en boormonstername voor de grondopbouw). Op basis van de grondsoort uit de boring kunnen met behulp van tabel 2b uit de NEN-EN 1997-1 Eurocode 7 [NEN, 2019] de belangrijkste grondeigenschappen worden geïdentificeerd. Boringen lenen zich ook uitermate goed voor het bemonsteren van grond, in tegenstelling tot sonderingen. Er zijn twee verschillende manieren voor het bemonsteren van grond: geroerd en ongeroerd.

Grondmonsters met geroerde (gemengde) grond worden gebruikt om grond te beschrijven en te classificeren. Bij ongeroerde (gestoken) monsters blijft de originele grondopbouw behouden, wat het geschikt maakt voor sterkte- en stijfheidsproeven in het laboratorium.

Literatuur

NEN-EN 1997-1+C1+A1:2016/NB:2019. NEN, 1 juli 2019. Karakteristieke waarden voor het bepalen van grondeigenschappen, tabel 2.b.

Versies